menu

Over mij 

Ik zie mezelf nog voor me: ik was begin 30 en had ruzie met m’n vriendin, ik wist me er geen raad mee. Het moment dat ze boos werd, was nogal onverwacht en ik voelde me krimpen. Wat moest ik zeggen, hoe moest ik reageren?! Wat ik het liefst wilde was voor haar taboe. Dus hield ik er mijn mond maar over. Maar ze voelde nattigheid, zo gaat dat. En dus werd ze boos.

Ik was in die tijd een zelfverzekerde onderneemster met een ecologisch verbouwd pand, met goede naamsbekendheid en klanten uit het hele land. Alles voor huid, lichaam en ziel. Mijn werkgebied varieerde van acne en eczeem tot hyperventilatie en rouw. Intussen volgde ik beroepsopleidingen waarmee mezelf beter leerde kennen èn ik mijn klanten op mijn zelfverzekerde manier holistisch kon helpen.
In deze langdurige LAT-relatie ondernamen we erg leuke dingen. Soms hoorde ik achteraf dat ze ergens in mee was gegaan om mij het plezier te doen. Een soort stoere opoffering: “Ik doe het allemaal voor jou!”. Daar schrok ik in stilte van.

Als kind kon ik hoorbaar aanwezig zijn, maar ik voelde me niet altijd zo vanzelfsprekend aanwezig als dat het leek. Ik was vaak onzeker over hoe tegen me gedaan werd: mijn omgeving kon ik als kind beter aanvoelen dan mijzelf. Ook meende ik het waar te nemen als iets verzwegen werd. Ik was bang voor boosheid en ruzie, ook als die onderhuids was. Ik zweeg en deed aardig om mezelf in veiligheid te brengen.
Hoe lichaam, ziel en geest zich tot elkaar verhouden heeft me vanaf de puberteit al bezig. Mijn moeder vond het ‘heidens’ en wilde dat liever niet. Het was een vrouw met een sterke eigen mening die niet graag tegenspraak had. Dat ging zo ver dat ze mijn eerste verkering achter mijn rug om wist te beëindigen.

Ondanks dat ik als 30er een goed lopend bedrijf had en ondanks al mijn opleidingen, kon ik innerlijk verstijven als iemand boos op me was. Ik was me vaak van geen kwaad bewust en wilde alles zo snel mogelijk goed maken. Ik voelde me daar nogal ongelukkig mee, maar repte er niet niemand over. Als iemand boos op me was had ik immers al aan het kortste eind getrokken, dacht ik. Dit gedrag was voor niemand merkbaar, alleen mijn tegensputteren was zichtbaar.

Rond m’n 40e werd ik moeder, trouwde de vader van m’n kinderen en sloot m’n bedrijfspand om aan huis te werken. Ik gaf mijn financiële onafhankelijkheid op om de kinderen op te voeden en manager van een ingewikkeld huishouden te worden (kinderen met ‘rugzakjes’, stiefkinderen met hun af- en voorkeur). Het was heerlijk om me verder te kunnen verdiepen in het spirituele mens- en wereldbeeld van de antroposofie. Voor mij werd het leven logischer, ik kon de fysieke en geestelijke wereld en de ander beter begrijpen.
Maar m’n huwelijk begreep ik niet altijd. Terwijl ik zo vrijgevochten en zelfstandig was, voelde ik me beetje bij beetje steeds afhankelijker worden. Waar ik aan de ene kant gestimuleerd werd me spiritueel te ontwikkelen, leek ik aan de andere kant beperkt te worden. Ik werkte me uit de naad en snapte niet wat ik in m’n eentje veranderen moest om de sfeer in de relatie weer net zo leuk te krijgen als in het begin. Ruzies kwamen, achterdocht, verwijten… Wat deed ik verkeerd?! Ik paste me aan en ik bleef sterk genoeg om alles te kunnen (ver)dragen. Meer was toch niet nodig? Verbaasd merkte ik dat met elke opvlieger in de overgang er een onzekerheid aan vooraf ging. En dat waren er een heleboel.
m’n 54e zag ik geen andere uitweg meer dan zwijgen en bij m'n man vertrekken.

En ineens zat ik zonder woning, zonder inkomen, inboedel, praktijkruimte, zelfs m’n kinderen had ik me laten ontnemen. Ik had niet gewoon aan het kortste eind getrokken, ik had zelfs alle schuld gekregen! En ik was intussen zó enorm aan mezelf gaan twijfelen, dat ik er naar buiten toe geen enkel bezwaar tegen maakte.
Wat volgde was het diepste dal wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Mijn lief was veranderd in mijn ergste vijand. Ik kon mezelf niet overeind houden. Mijn zelfvertrouwen was onder het absolute nulpunt gekomen.

Door uit die relatie te stappen kon ik pas naar mijn eigen gedrag kijken. Nadat de ergste rouw, trauma en schok gezakt waren, kon ik beetje bij beetje ontdekken hoe ik ongemerkt over me heen had laten banjeren.
Een crisis is een kans tot ontwikkeling. Daar weet ik nu alles van. Er was blijkbaar een diep modder-dal nodig om beter te kunnen worden.
Inmiddels ben ik dankbaar voor de lessen die ik geleerd heb, al was de manier erg hard. Rond m’n 60e was mijn zelfvertrouwen voldoende terug, maar nu op een eerlijke manier. Nu hebben we Marianque 2.0, een verbeterde versie.
Mijn vertrouwen in mezelf, het lot en de geestelijke wereld is goed. Ik heb geleerd dat ik mijn behoeftes moet leren uitspreken. Ik heb geleerd meer alarmbelletjes serieus te nemen en vermoedens uit te spreken. Ik heb geleerd dat het niet uitmaakt hoe de ander dan reageert, als ik maar trouw aan mezelf blijf. Dat het ‘risico’ dat ik daarvoor neem juist versterkend werkt. En dat is niet iets statisch wat eenmaal geleerd altijd kan. Het blijft moed en alertheid vragen in een continue proces: van twijfel naar vertrouwen. Een boeiend pad!

Wat mij in mijn werk uniek maakt:

  • Ik ben levendig, erg aanwezig en super positief ingesteld. In tegenslag zie ik kans om het voordeel te ontdekken.
  • Ik kan confronterend zijn, soms met humor en altijd met liefdevolle tact.
  • Ik hou ervan respectvol te benoemen wat ik zie dat bij een ander speelt.
  • Ik kan soms even stil vallen, om daarna ineens een inzicht te krijgen of een onverwachte vraag te stellen.
  • Vaak is mijn woonkamer mijn werkruimte, een lekkere lichte ruimte.
  • Voor mij bestaat geen ‘gewoon, neutraal of middelmatig’ gevoel. Dit soort uitspraken zijn voor mij reden tot (zelf)onderzoek.
  • Vanuit mijn spiritualiteit hou ik van praktische oplossingen en concrete termen. Ik heb moeite met zweverigheid en vage praat.
  • Ik ben een duizendpoot, tegenwoordig heet dat multipotentionalite. Een nogal aparte naam voor iemand die kennis en inzicht in meerdere disciplines heeft.
  • Bewustzijn is voor mij de sleutel tot bijna alles (wat iets anders is dan ‘denken’).
  • Mijn grote inspiratiebron is de antroposofie: een geestelijk mens- en wereldbeeld en het esoterisch christendom.

Mijn visie:

  • We zijn allemaal op aarde gekomen met een persoonlijk doel en een maatschappelijk doel om te ontwikkelen.
  • Twijfel, onzekerheid, overheerst worden, faalangst... het zijn allemaal 'verwarringsmomenten' waar je veel informatie uit kan halen over jezelf.
  • Tegenslag is een kans om te ontwikkelen en je hogere doelen te bereiken.

Mensen die me kennen weten dat...

* Ik niet alleen graag in een koor zing, maar ook op straat tijdens de boodschappen.

* Ik soms nog uitbundig naar de disco ga, maar ook thuis naar Arvo Pärt en Bach luister en tot tranen geroerd in een concert van een Russisch Orthodox koor kan zitten.

* Dat je op moet passen, want ik kan zo hard lachen dat je theekopje op het schoteltje gaat rammelen.

* Dat ik zielige verlepte bloemen in de supermarkt en bijna dode planten van buren adopteer om ze op te laten bloeien in mijn huis of tuin.

* Dat ik nu zelf doe wat ik vroeger een gruwel vond: overal slingeren tegenwoordig boeken door mijn huis, wachtend op voortgang of zelfs op een begin.

* Ik ècht kan vuurspugen (in Berlijn geleerd van een circus-artieste). Dat hoort immers als den Draak heet?!